IN MEMORIAM GERARD REVE

 

‘Prins van de wolken’, ‘koning van de hemel’

 

Hieronder volgt het lievelingsgedicht van Gerard Reve, De Albatros van Charles Baudelaire, in de vertaling van Slauerhoff. In deze ‘prins van de wolken’ herkende Reve zich volledig: van onbetwiste majesteit als hij in vrijheid zijn reuzenvleugels kon uitslaan, maar onhandig manoeuvrerend als hij gekortwiekt werd door het aards bedrijf.

Nu hij dit laatste voorgoed ontstegen is, kan niets ons meer beletten om tot het einde der tijden te genieten van de ongekend hoge vlucht die deze ‘koning van de hemel’ in zijn werk genomen heeft.

 

Piet van Winden, palmzondag 2006

 

 

Van het prachtige gedicht dat Vasalis over Reve schreef, presenteerden wij op 14 december 2003 een bibliofiele uitgave. Er is nog een gering aantal exemplaren beschikbaar: Vasalis over Reve

 

De Volkskrant maakte op 10 april een korte videoreportage: video bij AioloZ

 

Zelf Reve verzamelen is niet goedkoop, daarom ontvangen snelle bestellers tijdelijk een korting op de aanschaf van het daarbij onmisbare Zelf Reve Verzamelen. Handleiding voor een fatsoenlijke collectie: maak 10 euro + 3 euro porto (=13 euro) over op giro 5102003 tnv AioloZ, Leiden en deze fijne gids komt vanzelf naar U toe

 

Als Reve-specialist doen wij veel moeite om onze Reve-voorraad zo compleet mogelijk te houden. Voor een overzicht van leverbare items kunt U hier klikken. Wilt U werk van Reve, in welke vorm ook, verkopen, dan houden wij ons van harte aanbevolen. Stuur Uw bericht naar reve@aioloz.com

 

 

De Albatros

 

De scheepsbemanning, om zich te vermaken,

Vangt albatrossen, zwervers van de zee;

Zij reizen, waar zij buit noch prooi zien naken,

De koersen van de schepen achtloos mee.

 

Die koningen der lucht als kreupelen en manken

Zijn, neergeschoten, machteloos en mak.

Laten hun vleugels zakken op de planken

Als lamme riemen van een hulploos wrak.

 

Deze bevleugelde – hoe links en onbeholpen!

Vroeger zoo schoon – bespottelijk en lomp!

Een tracht de vogel hurkend na te volgen

De ander wringt in zijn bek een korte pijpestomp!

 

Zoo de poëet te midden van ’t gepeupel,

Hij kent den storm en lacht om die hem steenigt,

Ten grond gehaald bij ’t hoongelach der menigt’,

Maken zijn reuzenvleugelen zijn voeten kreupel.